Spaanse quarantaine

Het is vandaag precies tien jaar geleden dat ik een huis kocht in een klein Spaans bergdorpje. Naast vecino Miguel. Kort nadat we in ons nieuwe huis waren getrokken kwam Miguel langs met een zak rommelige druiven. Ik had hier van andere buitenlanders in de buurt over gehoord. De hartelijke locals komen je gul verwelkomen met dozen sinaasappels, avocados of vijgen. “Zo leuk” kirde een Engelse in de lokale bar. “Ik heb maanden jam gemaakt!” Ik begroette buurman en nam de druiven uitbundig in ontvangst. “7 euro.” mompelde mijn buurman. Oké. Geen welkomstcadeau dus, maar een zak peperdure, belegen druiven. Bedremmeld zocht ik tussen de verhuisdozen naar zeven euro. “Ik heb alleen een tientje” “Ook goed.” mompelde buurman en vertrok weer, tien euro in zijn vuist geklemd. Gedurende de maanden die volgden dook buurman op de meest gênante momenten op met gebutste appels, halfvergane vijgen en, als eenzaam hoogtepunt, een half verrotte meloen. Starend naar de meloen dacht ik: “je bekijkt het maar, amigo.” “Helaas,” zei ik, “ik eet geen meloen.” Daarna droogden de fruitleveringen langzaam op. Door de jaren heen hebben we elkaar steeds beter leren kennen. Ik was op de begrafenis van zijn vader, hij was er toen ik mijn auto in de barranco reed. Ik bracht Hollandse klompjes mee voor zijn eerste kleinkind, hij hielp zoeken toen een van mijn honden kwijt was. Buren zijn we, maar goede buren. We drinken tegenwoordig regelmatig samen een borrel in het café, keuvelen over de olijvenoogst, de waterstand in het reservoir, voetbal.

This image has an empty alt attribute; its file name is vesela-vaclavikova-7CM6bD-HHr8-unsplash-1024x683.jpg


Ik kwam hier vandaag tien jaar geleden wonen. In plaats van het geplande feest zitten we allemaal in quarantaine. Dus liet ik een vrolijke kaart met een goudvis achter bij Miguel’s huis. Of hij het allemaal een beetje trok. Oh, en ik wilde wel wat sinaasappels van hem kopen.
“Liz!” roept Miguel een paar uur later. “Kom, ik heb sinaasappels voor je.” Ik trek mijn portemonnee tevoorschijn. “Nee,” zegt Miguel. “Cadeautje!” Trots zet hij, op gepaste afstand, een hele tas vol avocado’s, sinaasappels en zelfgeperste olijfolie neer. “Goed voor jezelf zorgen nu, buurvrouw.” Ik merk dat ik tranen in mijn ogen krijg. Dit is het beste quarantaine-feestje dat ik me had kunnen voorstellen.

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 9.4/10 (5 votes cast)
VN:F [1.9.22_1171]
Rating: +3 (from 3 votes)

Boekenbal Smalltalk

Dansend op het Boekenbal

Al sinds ik in de jaren negentig Nederlands ging studeren in Amsterdam hoopte ik dat ik nog eens naar het boekenbal zou gaan. Veel verder dan hopen kwam ik niet. Het is nooit bij me opgekomen om actie te ondernemen, om te kijken of ik me naar binnen kon kletsen of stiekem door een achterdeur kon glippen. Mijn boekenbaldromen waren ongeveer zo doordacht als mijn surfdromen: ik hoop nog eens wakker te worden en dat ik dan opeens als Patrick Swayze in Point Break over de golven kan schieten.

Smalltalk weetje: Swayze kon helemaal niet surfen, moest het voor de film leren en brak vier ribben tijdens de opnames.


20 jaar later stond ik opeens/eindelijk in Hotel Americain met een stel schrijfbroeders en -zusters. Waar heb je het over als auteurs onder elkaar? Boeken! Wat heerlijk! Er lag een stapeltje boeken van Mulisch op de bar, zoals er in faux Engelse pubs cricket bats en vishengels hangen. Niet de meest toegankelijke werken van de meester: De Diamant, De toekomst van gisteren. Misschien omdat ze verwachtten dat wij schrijvers normaal ongewassen in een oude joggingbroek vol koffievlekken veilig thuis op zolder zitten. Waardoor we ons opeens knipperend in het daglicht onder de mensen geen raad zouden weten zonder duiding van De Grote Meester.
“Leg er wat Mulisch neer, dan voelen ze zich een beetje thuis.”
“De goede Mulisch of de Mulisch die toch niemand wil stelen?”
“Doe die laatste maar.”
En dat werkte! Het eerste uur van mijn allereerste boekenbal wisselden mijn mede-auteurs en ik Mulisch anekdotes uit. Een van de aanwezigen was als student stiekem naar binnengeglipt bij het Bal en was steeds dichterbij Harry gaan zitten. Zo dichtbij zelfs dat Mulisch hem op gegeven moment aantikte en zei: “Jongeman, kun jij even ophoepelen?” Verder gaat de smalltalk op het boekenbal vooral over eerdere boekenballen. Hoe vaak je al geweest bent, of het in Paradiso leuker was, hoe je aan je uitnodiging bent gekomen.

Voorprogramma Boekenbal

Want een uitnodiging krijg je, wist ik inmiddels, niet zo maar. Allereerst moet je uitgeverij je voordragen. Daarna bepaalt het CPNB wie er wel en niet mogen komen. Hoe dat precies werkt weet niemand, een journalist vergeleek het met de ondoorzichtigheid van deelstaatverkiezingen in Wit-Rusland. Als je dan kaartjes krijgt is er nog een strakke verdeling: zij die wél en zij die níet naar het voorprogramma mogen. Het voorprogramma begint om een uur of 21.00, het Bal om een uur of 22.00. Mis je enorm veel aan het voorprogramma? Nee. Was het leuk om een keertje mee te maken? Jazeker! Arjen Lubach kwam rappen en Maxim Februari hield een interessant betoog over dwarsliggers. En dat je er daar uiteraard maar een paar van kunt hebben. Net als hoekstenen van de samenleving. Verder was er een suf dansje met letters en een knullige power point presentatie. Ach ja. Daarna was er prima wijn en makkelijke disco. Terwijl ik tevreden op de dansvloer stond in mijn grote blauwe disco jurk dacht ik “dit kan ik!”
Dus misschien kan ik morgen ook wel surfen.

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 10.0/10 (1 vote cast)
VN:F [1.9.22_1171]
Rating: +1 (from 1 vote)