Ode aan kassameisjes

Valt er nog te smalltalken tijdens quarantaine? Natuurlijk! Waar heb je het wel en niet over tijdens quarantaine smalltalk? Nou, ook hier is een beetje voorbereiding handig, zodat je niet bijvoorbeeld niet in een nare spiraal van conspiracy theories en “weet je wie er ook ziek is?” terecht komt. Of in een dooddoener zoals “Hoe is het?” waar de ander zich geen raad mee weet. Vandaag is dag 46 van de Spaanse quarantaine. Wat valt er in quarantaine te smalltalken? Nou, bijvoorbeeld met kassameisjes als je boodschappen gaat doen!


De afgelopen jaren heb ik een enorme waardering gekregen voor kassameisjes m/v. Ik heb zo’n beetje elke oefening uit ons boek Smalltalk Survival minstens wel één keer uitgeprobeerd op iemand achter een kassa. Dat is namelijk lekker makkelijk: zij kunnen nergens heen en het contact is zo vluchtig dat je, mocht je de plank helemaal misslaan, in elk geval lekker snel weer weg bent. Op weinig kassameisjes is zoveel geëxperimenteerd als de twee Mari’s van mijn lokale supermarktje. Grote Mari en kleine Mari. Grote Mari is nog steeds twee koppen kleiner dan ik, maar kleine Mari is echt best wel klein. Zij heeft een trapje nodig voor dingen die ik gewoon kan zien liggen. Grote Mari heeft me de afgelopen jaren trouw verbeterd als ik per ongeluk weer eens in plaats van om een puerro (prei) om een porro (joint) vroeg. Of als ik weer even niet weet hoe radijsjes heten. Rabanillos. Een onverstoorbare vrouw, die altijd als ik vraag of ze nog woeste plannen voor het weekend heeft zegt dat ze woest thuis op de bank gaat zitten.

Ik had me van tevoren bedacht dat ik het luchtig zou houden. Het is namelijk best spannend, de lege straten, de patrouillerende Guardia civil, buurtgenoten die rondrijden met maskers op. Dan hoef ik niet ook nog binnen te komen met “wat is het allemaal naaaaar!”. Sowieso een tip voor elke dag, met of zonder quarantaine: doe vrolijker dan je eigenlijk bent, dan word je het vanzelf, ook wel bekend als het wetenschappelijk bewezen Benjamin-effect. In onze supermarkt, een tot de nok toe volgestapelde Coviran aan een pittoresk pleintje, mogen momenteel maar 4 mensen tegelijk naar binnen. Verstandig, want anders kun je met geen mogelijkheid social dinstancen. Het is er zo klein dat ook met drie klanten we eigenlijk niet langs elkaar kunnen komen. Ik vraag aan Grote Mari hoe het gaat, en volg dat, volgens het boekje, op met een specifiekere vraag: “Gedragen de mensen zich een beetje?” Tot mijn schrik blijft het stil en lijkt ze heel even op het punt te staan om in tranen uit te barsten. “Nee.” zegt ze dan en haalt even diep adem. “Ze gedragen zich helemaal niet! Ik voel me net tráfico, de verkeerspolitie: jij daarheen, jij mag er nog niet in, jij daar, doorlopen!” Als kassameisje zit zij gevangen tussen mensen die afstand houden maar onzin vinden. Die geen plastic handschoenen aan willen trekken. Die gezellig een praatje willen maken, net als normaal. Vooral de oudere dametjes die alleen wonen en verder niemand hebben om mee te praten. Die geen zin hebben om te wachten tot er weer plek is in de supermarkt. “Ik moet honderd keer per dag uitleggen dat ik de regels niet zelf heb bedacht. Maar ik vind het ook eng. Ik zou ook liever veilig thuiszitten met mijn gezin. Maar ik moet werken.” Ze weegt mijn tomaten af. “Gisteren was er echt ruzie. Toen heb ik gewoon iemand weg moeten sturen. Dat vond ik zo moeilijk.” Ik ben er even stil van. En neem dan haastig afscheid omdat ik niet ook zo iemand wil zijn die de boel ophoudt. Laten we lief zijn voor elkaar. En vooral voor kassameisjes.

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0 (from 0 votes)